Update reorganisatie Dura Tufting
De Dura-groep uit Fulda heeft een persbericht naar buiten gebracht waarin het een en ander uiteen wordt gezet over de op stapel staande bedrijfsreorganisatie. Sinds afgelopen maandag is Dura financieel onvermogend, ofwel insolvent. De in ons nieuwsbericht van eergisteren gebruikte term failissement is dus niet van toepassing. De Nederlandse agent Harold Klaren, van Klaren Agencies in Leerdam, spreekt in dit verband van 'uitstel van betaling'. Dura gaat gebruik maken van een pas sinds 1 maart jl. bestaande wettelijke mogelijkheid om in eigen beheer, uitgevoerd door de huidige directie, de onderneming te reorganiseren. De directie heeft ter ondersteuning de reorganisatie-expert advocaat S. Oppermann uit Nürnberg als handelsgevolmachtigde aangesteld. Bovendien heeft het kantongerecht Fulda advocaat O. Hermann als zaakwaarnemer voor de Dura-groep benoemd. In het kader van deze procedure ('Eigenverwaltung') wil Dura de schuldenlast verlichten, de liquiditeit blijvend verbeteren en de daarbij behorende bedrijven weer concurrerend maken. In het kader van de reorganisatie zal het grootste deel van de 654 arbeidsplaatsen behouden blijven, zo meldt het persbericht verder. De onderneming en productie gaan zonder beperkingen door.
De naar eigen zeggen grootste Duitse fabrikant van textiele vloerbedekking heeft zich gespecialiseerd in het produceren van tapijt voor zakelijke en private klanten en van interieurcomponenten en matten voor de automobielindustrie. "Ik kijk naar gemotiveerde medewerkers, mooie contacten met klanten en leveranciers, evenals een operationeel gezond bedrijf. Daarom zie ik goede kansen voor een reorganisatie," aldus de door het kantongerecht aangestelde deskundige Hermann. Advocaat Oppermann zal in de komende weken een reorganisatieplan voor de betroffen bedrijven maken en de onderhandelingen met de crediteuren begeleiden. "Wij streven er naar om de bij de betroffen ondernemingen in eigen beheer reeds vergevorderde herstructurering en reorganisatie snel te voltooien en de crediteuren waar mogelijk optimaal tevreden te stellen," zo zegt Oppermann.
De onderneming investeerde in de jaren 2006 tot 2008 aanzienlijke financiële middelen in aankoop en heroprichting van bedrijven in binnen- en buitenland. Met de nieuwe productiefaciliteiten wilde de Dura-groep volgens het persbericht vooral tegemoet komen aan de toenemende eisen van de belangrijkste automobielfabrikanten, om zodoende bestaansrecht te hebben in de harde concurrentieslag. De wereldwijde economische crisis in 2008-2009 zorgde naar eigen zeggen voor een duidelijke omzetvermindering in de automobiel- en projectmarkt. Tevens verergerde de crisis door de stijgende prijzen van grondstoffen en energie, die niet of slechts deels konden worden doorberekend. De uit deze tijd resulterende financiële verplichtingen tegenover kapitaalverstrekkers konden, ondanks volle orderportefeuilles en een in 2009 consequent ingevoerd reorganisatieproces, niet volledig worden opgevangen, zo vervolgt de Dura-groep. Vooral de door toeleveranciers ingekorte betalingstermijnen hebben de levercapaciteit in de laatste maanden nadelig beïnvloed. De huidige herstructurering dient er in eerste instantie toe om de leveringen aan klanten doorlopend, volgens afspraak, zeker te stellen.
Dr. Christian Schäfer, voorzitter van de directie van de Dura-groep, blikt optimistisch vooruit. "Deze stap stelt ons in de gelegenheid om ons hernieuwd op onze succesvolle bedrijfsvoering te concentreren. Bovendien richten wij speciaal onze aandacht op het weer tot stand brengen van de van ons bekende leverprestatie en de introductie van twee nieuwe collecties in de komende maanden." Het van de Dura-groep onafhankelijke Wirth Fulda Concern (FFF-groep) met de Filzbrik Fulda en haar dochterondernemingen in binnen- en buitenland, evenals Wirth Systems, zijn niet bij bovenstaande betrokken.
(Vloerenplein/Dura, 07-03-2012)







De Britse LVT-producent Amtico International wordt overgenomen door het Amerikaanse vloerenconcern Mannington Mills. Dat heeft eerstgenoemde afgelopen maandag in een persbericht bekendgemaakt. Amtico, met hoofdvestiging in Coventry (GB) en productiefaciliteiten in Atlanta (VS), stelt zijn 'brand identity' te zullen behouden, met inbegrip van de merken 'Amtico' en 'Spacia'. Ook zullen alle werkzaamheden op alle locaties voortgezet worden. De overeenkomst zal Amtico naar eigen zeggen in staat stellen om een veel breder scala aan vloerproducten op de markt te brengen. "De aankoop van Amtico door Mannington Mills, Inc is zeer positief nieuws voor het bedrijf, omdat we onze klanten een uitgebreider aanbod kunnen bieden, waardoor we in de gelegenheid worden gesteld om ons bedrijf te laten groeien in Groot-Brittannië en Europa," aldus Jonathan Duck, CEO van Amtico International. 








Het Amerikaanse vloerenconcern Mohawk heeft vorig jaar een netto-omzet van 5,6 miljard dollar (4,2 miljard euro) geboekt, een toename van 6 procent ten opzichte van 2010. De nettowinst bedroeg 174 miljoen dollar (129,7 miljoen euro). Met uitsluiting van bijzondere posten, bedroeg de nettowinst afgelopen kalenderjaar 202 miljoen dollar (150,6 miljoen euro), een toename van 16 procent vergeleken met een jaar eerder. In het vierde kwartaal boekte het concern een netto-omzet van 1,4 miljard dollar (1,04 miljard euro), een stijging van 10 procent bij constant veronderstelde wisselkoersen. Het Unilin-segment binnen de groep (Quick-Step, plaatmateriaal, daksystemen) tekende in 2011 een netto-omzet op van 1,34 miljard dollar (999 miljoen euro), een toename van 13,2 procent ten opzichte van een jaar eerder. De operationele winst van Unilin dikte aan met 11,2 procent tot omgerekend 95 miljoen euro. In Europa realiseerden zowel de laminaat- als de parketvloeren van Unilin verdere groei. Voor het eerste kwartaal van 2012 kondigt Mohawk in ons deel van de wereld prijsverhogingen bij het laminaat aan van 2 tot 3 procent. Per saldo verwacht de grootste vloerenmaker ter wereld dat de omzetgroei in het eerste kwartaal van het lopende jaar zal aanhouden, maar op een lager niveau dan in het laatste kwartaal van 2011. (Zie ook Nieuws van 06-02-2012).
De afgelopen jaren hebben nog maar weinig consumenten online klus- of bouwmaterialen gekocht. Zij willen producten nog altijd eerst in het echt zien of direct na aankoop kunnen gebruiken, dus zonder enige levertijd. Ruim een kwart van de consumenten overweegt de komende twee jaar niettemin dergelijke producten online aan te schaffen. Gezien de ontwikkeling in andere branches kan online winkelen ook voor klus- en bouwmateriaal vaste voet aan de grond krijgen. Dit blijkt uit onderzoek van WoonKennis. In dit onderzoek kregen consumenten vragen voorgelegd over het (online) aankopen van producten of materialen die zij nodig hebben bij het klussen of het verbouwen van hun huis. In deze brede definitie passen, naast gereedschap en bouwmaterialen, ook vloeren, aldus leert navraag bij WoonKennis. 


Duitse consumenten die thuis een kurkvloer hebben liggen, zijn daar in de regel bijzonder content mee. Negen van de tien gebruikers zouden anderen zelfs zonder meer deze vloerbedekking aanraden. Dit blijkt uit een afgelopen maand gepubliceerd marktonderzoek dat het Deutscher Kork-Verband (DKV), dat bij onze oosterburen de kurkaanbieders verenigt, door een onafhankelijk bureau heeft laten uitvoeren. Ongeacht een daadwerkelijke koopintentie, zou 23 procent van de respondenten overwegen om kurkvloeren aan te schaffen. Wat het DKV betreft wordt met deze cijfers een enorm potentieel onthuld, uitgaande van een totale afzet van vloerbedekking in Duitsland ter waarde van ongeveer 3 miljard euro in de komende twaalf maanden. Jaarlijks wordt in Duitsland nu circa 5 miljoen vierkante meter kurkvloeren gelegd. 

Van Besouw stuurt bericht dat zijn designteam - met de introductie van een nieuwe projectcollectie genaamd PREM.6 - er in geslaagd is om de 'circle of carpetlife' rond te maken. Wat de fabrikant uit Genemuiden simpelweg betitelt als 'het nieuwe tapijt', is een kamerbreed tapijt uit honderd procent polyamide PA.6, wat eveneens voor de volle honderd procent 're-usable', ofwel herbruikbaar is. De letters PREM staan voor 'Product', 'Re-Usable', 'Environment' en 'Multi Applicable'. Van Besouw stelt dat de gepatenteerde productiewijze 'totaal anders' is dan de conventionele. "Pool en rug worden niet aan elkaar gelijmd maar gesmolten. Deze nieuwe productiemethode heeft veel voordelen. In de eerste plaats voor het milieu, maar ook voor de verwerking. Het tapijt weegt namelijk ook nog eens 40 procent minder." In dat percentage zit eveneens winst voor het milieu, want dit betekent 40 procent minder grondstoffen en geen latex, lijm en dergelijke. Van Besouw gebruikt verder zoveel mogelijk 'Econyl'-garens. Deze garens zijn gemaakt van polyamide dat al eens voor een ander doeleinde is gebruikt, zoals voor visnetten, stoelen of kleding. Onderdeel van het kringloopconcept is ook een 'take back'-programma om eigen snijafval en elders gebruikt materiaal weer in het productieproces terug te brengen. Dat laatste wil zeggen dat snijafval dat retour komt van projecten en gebruikt tapijt dat wordt teruggenomen, opnieuw wordt verwerkt tot garens. Vanaf begin dit jaar is Van Besouw gestart met vier getufte kwaliteiten die honderd procent 're-usable' zijn: de nummers 2601, 2602, 2603 (alle negen kleuren) en 2604 (15 kleuren).
De vereniging van Europese laminaatfabrikanten EPLF heeft onlangs marktonderzoek gedaan in Duitsland, Frankrijk en Polen, waarbij (naast consumenten) ook architecten aan de tand zijn gevoeld. Eén van de conclusies is wat EPLF betreft dat laminaatvloeren bij architecten weliswaar niet zo populair zijn als bij consumenten, maar dankzij een betere informatievoorziening bij die doelgroep wel aan acceptatie hebben gewonnen. De architecten die aan het onderzoek deelnamen, hebben overigens niet alleen ruime ervaring met projectinrichting, maar ook met particuliere woningen en kantoorgebouwen. Architecten in Duitsland en Frankrijk oriënteren zich voor een aankoop in de eerste plaats aan de hand van originele monsters en stalenmappen. Voor Polen daarentegen spelen referentieprojecten een doorslaggevende rol. Gesprekken met collega's, planners en interieurinrichters zijn daarnaast van belang. De wens om op de hoogte te zijn van het totale vloerenaanbod is bij architecten aanzienlijk sterker aanwezig dan bij consumenten, zo stelt de EPLF in dit verband nog vast.
Voor mensen in de wooonbranche die inmiddels menen toe te zijn aan verkoopondersteuning via een onlinemedium, is er nu Kenjeklant.nl. De website, die voortborduurt op de Klantenatlas van tien jaar geleden, geeft inzicht in de verschillende manieren waarop klanten hun interieur beleven en hoe een ondernemer daar met zijn inrichting, assortiment en verkoop optimaal op in kan spelen. Of het nu gaat om een meubelzaak, parketwinkel, slaapspeciaalzaak, keukenwinkel of woninginrichter, de methode van Kenjeklant.nl is op elk segment van toepassing. De website gaat aan de slag met vier leefwerelden waarin zich zes klantentypes bevinden en acht verschillende woonstijlen. Ook de consument kan nu online een woonstijltest doen. Kenjeklant.nl is een activiteit van de Commissie voor de Detailhandel in Wonen van het HBD. 
Winkels in woninginrichtingartikelen (meubels, woningtextiel, verlichtingsartikelen en vloerbedekking) hebben de laatste maand van 2011 afgesloten met een omzetkrimpje van 1,2 procent. Hun scores voor het vierde kwartaal en het jaar als geheel zijn daarmee ook bekend: respectievelijk minus 4,2 en minus 2,8 procent. Dit blijkt uit cijfers van het CBS. Gemiddeld boekte de Nederlandse detailhandel in 2011 een omzetgroei van 1,0 procent. In alle kwartalen was sprake van hogere prijzen en een kleiner volume. Daarbij nam in de eerste helft van het jaar de omzet licht toe, terwijl in de laatste twee kwartalen de groei nog maar zeer beperkt was. Winkels in non-foodartikelen leverden over het gehele jaar 1,0 procent aan omzet in, bij een volumedaling van 2,1 procent en een prijsstijging van 1,1 procent. Postorderbedrijven en internetwinkels wonnen vorig jaar 4,7 procent omzet (maar in 2010 nog 14,6 procent). 
Tapijtfabrikant Desso speelt een prominente rol in een meetellend nieuw onderzoek, getiteld 'Towards the Circular Economy: Economic and business rationale for an accelerated transition'. In het rapport, zojuist gelanceerd op het Wereld Economisch Forum in Davos, valt te lezen dat bedrijven in de EU jaarlijks tot wel 475 miljard euro kunnen besparen door over te stappen op de 'circulaire economie'. Een circulaire economie gaat uit van een industrieel bedrijfsmodel dat zich richt op herstel en recycling. Het concept van 'afdanken' maakt daarin plaats voor 'herstellen'. Ook bevordert het model een verschuiving naar het gebruik van duurzame energie, naast het uitschakelen van toxische chemicaliën (die hergebruik in de weg staan) en het uitbannen van afval (door een uitgekiend ontwerp van materialen, producten en systemen in te zetten). De conclusie van het onderzoek is dat de huidige schaarste aan grondstoffen, in combinatie met de voorspelde stijging van de vraag (vanwege de miljarden nieuwe consumenten in de nieuwe middenklassen van de opkomende economieën) betekent dat de tijd rijp is voor een verandering van de lineaire economie ('nemen, verwerken en weggooien') naar een circulaire economie. 

