De opleving van de huizenmarkt in het vierde kwartaal van 2013 heeft positief uitgepakt voor de omzetontwikkeling van de woonbranche, aldus rapporteert de Woonwinkelmonitor van INretail. In de laatste drie maanden van het jaar mochten woonwinkels een plus van 4,9 procent noteren. Ondanks deze eindsprint, bleek 2013 opnieuw een jaar met krimpende omzetten: min 2,8 procent. Parketzaken (-1,3 procent) en keukenspeciaalzaken (+2,4 procent) scoorden boven het branchegemiddelde voor geheel 2013. Woningtextielzaken (-5,1 procent), gemengde zaken (-5,1 procent), meubelzaken (-3,6 procent) en slaapspeciaalzaken (-7,4 procent) zaten onder het gemiddelde.
Het vierde kwartaal liet volgens de branchevereniging een verrassend beeld zien ten opzichte van het derde kwartaal, waarin de omzet voor de woonbranche onderuit gleed met 9,2 procent. Het positieve cijfer van het vierde kwartaal verdient overigens wel enige nuance, merkt INretail op. In 2012 eindigde het vierde kwartaal immers op een zeldzaam grote krimp van 12 procent. De woningmarkt maakte in het laatste kwartaal van 2013 bovendien zijn grootste groei mee sinds 2008. De directe relatie tussen de ontwikkelingen op de woningmarkt en de woonwinkels weerklinkt ook in de cijfers van juli en september van het vorige jaar. Op dat moment zat de woningverkoop nog steeds in het slop. Woonwinkels leverden in die periode ruim 10 procent in. Het weer aantrekken van de woningmarkt zal deels de enorme lift verklaren die het vierde kwartaal liet zien in de verkoop van keukens: 16,7 procent. En een hoge plus in het vierde kwartaal was er eveneens voor de parketzaken: 9,1 procent.
Omzetontwikkeling per kwartaal 2013 per segment (grafiek: Woonwinkelmonitor)
Parketzaken deden het in 2013 goed ten opzichte van de andere segmenten in de woonbranche. Twee kwartalen – april, mei en juni alsmede oktober, november en december – waren de positieve uitschieters, met respectievelijk plus 7,7 procent en plus 9,1 procent. In de eerste drie maanden van 2013 werden minder goede zaken gedaan met een min van 2,9 procent. De andere min noteerde de parketzaken in juli, augustus en september. Die was aanzienlijk minder goed dan het eerste kwartaal: min 5,3 procent. Woningtextielzaken wisten het laatste kwartaal van 2013 met een kleine positieve wending af te sluiten: 0,4 procent. Hun ‘taaie’ jaar begon met min 11,2 procent in het eerste kwartaal. Gevolgd door min 6,5 procent in het tweede kwartaal en min 4,6 procent in het derde. Gemengde zaken wisten in 2013 geen kwartaal in de plus te eindigen. Alhoewel de negatieve uitschieters minder groot waren dan in de andere segmenten in de woonbranche, was de optelsom nog steeds negatief.
Een uitsplitsing in de Woonwinkelmonitor naar het aantal vierkante meter verkoopoppervlak maakt overigens iets opmerkelijks zichtbaar in de omzetontwikkeling. Hoe hoger de klasse namelijk van het aantal vierkante meters, hoe verder de omzet terugloopt. Het zijn dus met name de kleinere zaken die een plus weten te behalen. De regionale ontwikkelingen van de woonbranche in 2013 (vierde kwartaal) laten verder zien dat de provincies Groningen en Friesland het omzetverlies, met een min van 1,3 procent, het beste wisten te beperken. Limburg, Brabant en Zeeland vormden de kelder van de negatieve omzetontwikkeling: min 4,9 procent. De cijfers in Overijssel, Flevoland, Utrecht en Gelderland kwamen exact overeen met de omzetontwikkeling in Noord- en Zuid-Holland: min 2,5 procent. Opmerkelijk was de plus van 0,5 procent in Rotterdam, Den Haag en Amsterdam.
Per saldo zag ruim 67 procent van de ondernemers in de woonbranche zijn omzet dalen in 2013, tegen 33 procent met een positief of neutraal resultaat. In het eerste kwartaal van 2014 verwacht tenslotte iets meer dan de helft van de ondernemers uit het woonpanel het omzetniveau van het eerste kwartaal van 2013 vast te kunnen houden. Circa een derde is positief gestemd, slechts een zesde negatief.
(Vloerenplein, 03-02-2014)