Kansen en uitdagingen voor laminaat
EPLF-logo bevat sinds vorig jaar de slogan ‘Quality and Innovation made in Europe’ |
EPLF benadrukt onder meer dat Europees kwaliteitslaminaat eenvoudig is te onderhouden, laag is in emissies en een gezond binnenklimaat bevordert (foto: Unilin) |
De EPLF-leden brengen ook verslag uit van uitdagingen op de Russische markt dit lopende jaar. Afgezien van de mogelijke politieke ‘fall-out’ van de recente gebeurtenissen in Oekraïne, spreken
Europese fabrikanten van laminaatvloeren van ‘wijdverbreide namaak’ van hun producten op de Russische markt. Volgens de EPLF brengt de grote hoeveelheid ‘inferieure’ en op ‘onjuiste wijze ingeklaarde’ goederen uit Azië schade toe aan het imago van laminaatvloeren, ten nadele van de EPLF-leden. Een zogeheten ‘task force’ moet nu in samenwerking met Russische brancheorganisaties en retailers het besef van kwaliteitsnormen vergroten en procedures in gang zetten voor de bescherming van merken.
Begin dit jaar, op vloerenvakbeurs Domotex in Hannover, maakte de EPLF bekend dat zijn 21 gewone leden in 2013 wereldwijd 463 miljoen vierkante meter in Europa vervaardigde laminaatvloeren hebben verkocht, een klein beetje meer (zo’n 0,7 procent) dan de 460 miljoen van het jaar ervoor. De vereniging concludeerde dat de internationale laminaatvloerenmarkt (waarin EPLF een aandeel heeft van nog altijd zo’n 55 procent) zich consolideerde. De verkopen in vooral Oost-Europa, maar ook in Azië en Noord-Amerika lieten opnieuw groei zien. In West-Europa (statistisch gezien met inbegrip van Turkije) werd een lichte daling van het afzetvolume opgetekend, al bleef de Nederlandse markt voor de EPLF-fabrikanten min of meer stabiel.
Wereldmarkt: verkopen van EPLF-leden in miljoenen m2 (Europese productie) 2006-2013
Hoewel de Europese laminaatmakers wereldwijd nog altijd domineren, is de sector wel stevig onder druk komen te staan ten tijde van de financiële crisis die zich eveneens op wereldwijde schaal afspeelde, zo vervolgt het ITTO TTM Report. Een afnemend verbruik, in combinatie met overcapaciteit en buitenlandse concurrentie, vooral uit China, resulteerde in een scherpe daling van de prijzen. Dit hield in dat retailers enorme hoeveelheden laminaatvloeren dienden ‘weg te zetten’ om nog profijtelijk te kunnen verkopen. Met als gevolg dat distributeurs zich begonnen te oriënteren op producten met hogere marges, zoals LVT-vloeren, waarvan wordt verondersteld dat ze een betere combinatie van kwaliteit, waarde en marge bieden. De Europese laminaatindustrie reageerde hier deels op via afslankingen en deels door het ontwikkelen van nieuwe productlijnen met meerwaarde. De sector richtte zijn marketinginspanningen ook op de specifieke prestaties en milieuvoordelen van laminaatvloeren en op de ‘geloofsbrieven’ van Europese fabrikanten op het vlak van kwaliteit. Mede als gevolg van deze inspanningen, is de Europese laminaatvloerenmarkt steeds sterker gediversifieerd geraakt. Laag in de markt geplaatste producten zijn nog altijd in de detailhandel verkrijgbaar tegen prijzen van minder dan tien euro per vierkante meter. Daar staan hoger geschaalde producten tegenover die combinaties bieden van een gegarandeerde lange levensduur, afgeschuinde kanten, ‘handgeschraapt’ of ‘geborsteld’ zijn en exotische ontwerpen kennen, die op meer dan 25 euro per vierkante meter zijn geprijsd.
(Vloerenplein, 13-08-2014)









Zes maanden in het lopende jaar staan de non-foodwinkels volgens het CBS op een zo goed als vlakke omzetontwikkeling. Na vijf maanden van groei, noteren zij in juni evenwel een sterke terugval. De omzet is bijna 5 procent lager dan vorig jaar, het volume krimpt met ongeveer 4 procent. De daling komt door een aanzienlijk omzetverlies bij de kledingwinkels, winkels in woninginrichting, consumentenelektronica en huishoudelijke artikelen. Klanten geven in deze winkels 4 tot 7 procent minder uit. De winkels in woninginrichting (meubels, woningtextiel, verlichtingsartikelen en vloerbedekking) verliezen om precies te zijn 6,2 procent omzet. De doe-het-zelfwinkels houden de schade beperkt en realiseren evenveel omzet als in juni vorig jaar. In het tweede kwartaal hebben de woninginrichters 3,5 procent omzet prijs gegeven en in het eerste semester 2,6 procent, aldus de berekeningen van het CBS.

Armstrong World Industries heeft sinds kort een ‘activistisch’ hedgefonds aan boord. Het eveneens Amerikaanse ValueAct Capital is sinds eind juli eigenaar van 16,8 procent van de aandelen van de vloerenmaker, waarvoor een bedrag van ruim 335 miljoen dollar is neergelegd. ValueAct is daarmee de op één na grootste aandeelhouder geworden. ValueAct zegt zich specifiek te richten op bedrijven die in zijn ogen ‘ondergewaardeerd’ zijn. “Dergelijke bedrijven kunnen tijdelijk verkeerd zijn geprijsd om verscheidene redenen, waaronder gebleken ongunstige omstandigheden in de bedrijfstak, slechte bedrijfsprestaties, veranderingen in het management of de eigendom, reorganisaties of andere externe factoren. Deze omstandigheden kunnen vaak leiden tot fundamenteel ‘goede’ bedrijven die beschikbaar zijn tegen verlaagde waarderingen,” zo schrijft ValueAct op zijn website. Het hedgefonds zegt te streven naar het doorvoeren van strategieën die waarde toevoegen aan een bedrijf, waarin hij op langere termijn een van de grotere aandeelhouders wil zijn. Dit in nauwe samenspraak met het management en het bestuur.
Het Amerikaanse vloerenconcern Mohawk Industries heeft in de eerste zes maanden van dit jaar een netto-omzet van 3,9 miljard dollar geboekt, een toename van 12 procent ten opzichte van dezelfde periode vorig jaar. De nettowinst bedroeg 234 miljoen dollar, een flinke verbetering ten opzichte van de 135 miljoen dollar van een jaar terug. Hoewel de omzet in het tweede kwartaal (2,05 miljard dollar) met een verhoudingsgewijs magere 4 procent groeide, houdt het concern voor het derde kwartaal rekening met een verdere verbetering op de Amerikaanse markt, samenvallend met een bescheiden groei in Europa en Rusland.










Estillon heeft zijn visitekaartje op het web (www.estillon.nl) opnieuw laten ontwerpen. Naast gebruiksvriendelijke aanpassingen in de vormgeving, is ook een functie toegevoegd om de juiste ondervloer bij verschillende soorten vloerbedekkingen te zoeken. De website is voorts uitgebreid met instructievideo’s over hoe een ondervloer gemonteerd dient te worden. De bezoeker kan bovendien diverse projecten bekijken waarin de producten van Estillon zijn geïnstalleerd, of bladeren in het ‘smoelenboek’ met contactpersonen. De rubriek ‘Veelgestelde vragen’ geeft antwoord op vragen over ondertapijt, ondervloeren of gereedschappen. Ook is een koppeling gemaakt met de sociale media. De site is in het Nederlands, Engels, Frans en Duits beschikbaar.
Condor Group neemt zo goed als zeker de gebouwen, machines en voorraad van de failliete tapijtmaker BéWé over, maar is niet van plan om ook het reeds ontslagen personeel, bijna veertig man sterk, over te nemen. RTV Oost bericht vandaag dat de personeelsleden van BéWé een mail hebben ontvangen met deze boodschap. In de mail staat verder dat Condor Group alle activiteiten van BéWé overneemt, “maar de productie niet voortzet in de huidige vorm. Met als resultaat dat het personeel niet meegenomen wordt. Condor kan de beoogde activiteiten in de huidige organisatie inpassen met eigen personeel.” Curator C.W. Timmer bevestigt tegenover de omroep dat de overname zo goed als rond is, hoewel de afronding nog wel enige weken kan vergen. Ook Condor Group bevestigt de overeenkomst in de hierboven geschetste vorm. De groep stelt geen interesse te hebben om activiteiten over te nemen, het zou specifiek gaan om de gebouwen en voorraad van BéWé. Curator Timmer beaamt tegen dagblad De Stentor dat het niet voor de hand ligt dat het personeel van BéWé overgaat naar de Condor Group. “Ik verwacht niet dat veel oude werknemers meegaan. De Condor Group neemt negen tuftmachines over. (...) Zelf heeft het bedrijf er ook al twintig of dertig. Dat is een overcapaciteit. Maar het is uiteindelijk aan Condor Group wat ze met de bedrijfsmiddelen doet.” Het merk BéWé verdwijnt na de overname door Condor Group niet van de markt. “Ze nemen de lijn over. Alleen worden die tapijten straks door andere mensen gemaakt,” aldus de curator vandaag in De Stentor. (Zie ook Nieuws van 04-06-2014).
Chemieconcern DSM en Niaga, een Nederlandse start-up van Chris Reutelingsperger en Norbert van der Nap die ‘duurzame oplossingen’ levert aan de tapijtindustrie, kondigen eind juni de oprichting van de joint venture DSM-Niaga aan. Doelstelling van de krachtenbundeling is het doorontwikkelen en wereldwijd op de markt brengen van een duurzame technologie om volledig recycleerbaar tapijt te kunnen maken. De technologie stelt fabrikanten (de doelgroep van de joint venture) naar eigen zeggen in staat om de kringloop qua gebruik van tapijtmateriaal te sluiten. De huidige tapijten, zo legt het persbericht uit, bestaan uit een heterogeen mengsel van materialen, dat na het afdanken van het tapijt veelal op de stortplaats of in de verbrandingsoven belandt. DSM-Niaga maakt daarentegen gebruik van Niaga’s technologie voor tapijtvezelbinding en de polyester kleefstoffen van DSM voor lamineren. Hun duurzame technologie stelt de tapijtindustrie in staat, aldus het persbericht, om uit één (polyester) of twee (polyester en polyamide) materiaalsoorten bestaande ‘tapijtsystemen’ (rug, lijm en pool) te vervaardigen die geheel recycleerbaar zijn en zodoende van tapijtafval een achterhaald begrip zouden maken.
Beaulieu International Group (BIG) investeert de komende vijf jaar 200 miljoen dollar (circa 150 miljoen euro) in de bouw van een productiefaciliteit, tevens Amerikaans hoofdkantoor, op een 50 hectare groot terrein in Cartersville in de staat Georgia. De West-Vlamingen zullen daar in eerste instantie vijf meter breed cushion vinyl gaan vervaardigen, een product dat nu nog vanuit de fabriek in België (Wielsbeke) naar de VS wordt verscheept. Met deze specifieke investering is 85 miljoen dollar gemoeid, de jaarcapaciteit bedraagt 40 miljoen vierkante meter. Een en ander dient eind volgend jaar operationeel te zijn. De productie van andere vloerbedekkingen voor de Amerikaanse markt wordt in overweging genomen, met uitzondering van tapijt. De groep, goed voor een jaaromzet van 1,5 miljard euro vorig jaar (+7 procent), voorziet binnen vijf jaar zo’n 350 banen te zullen scheppen in zijn nieuwe onderkomen.






