Forbo presenteert VGWM-jaarverslag
Collectie Marmoleum Modular van Forbo Flooring.Forbo Flooring heeft haar VGWM-jaarverslag 2014 gepresenteerd. Het online boekwerk kijkt terug op de prestaties op het gebied van veiligheid, gezondheid, welzijn en milieu in 2014 en bevat tevens de doelstellingen voor 2015. Bij duurzaam ondernemen, hoort een sociaal verantwoorde bedrijfsvoering, laat de vloerenproducent in het persbericht weten. Daarom heeft Forbo ervoor gekozen zich te laten certificeren voor de internationaal erkende SA8000-norm. De norm is gericht op medewerkers van de betreffende organisatie, maar ook op mensen die bij leveranciers werkzaam zijn. De standaard omschrijft onder andere criteria op het gebied van gezondheid, veiligheid, discriminatie, werktijd en beloning. Op het gebied van duurzaamheid rolde Forbo in 2014 de e-learning module sustainability uit. De medewerkers kregen daarbij de opdracht ook zelf een steentje bij te dragen aan betere milieuprestaties op het bedrijfsterrein waarvan de eerste resultaten reeds zichtbaar zijn, zoals de koolfilter als alternatief voor een naverbrander. Verder werden drie opslagtanks geïsoleerd, waardoor onnodig warmteverlies wordt voorkomen. De inzet van frequentiegeregelde ventilatoren in de droogkamers is onderzocht en heeft een potentie van circa 60% elektriciteitsbesparing per droogkamer. Daarnaast vind er in samenwerking met de gemeente Zaandam onderzoek plaats naar nuttig gebruik van restwarmte, zowel op als buiten het bedrijfsterrein. Forbo heeft in 2014 in totaal 11% minder gas gebruikt en 3,6% minder elektriciteit. Het afgelopen jaar waren er ook beduidend minder bedrijfsongevallen te betreuren, mede doordat het personeel sinds een aantal jaar veiligheidscursussen volgt. Forbo wil die dalende trend vasthouden en zet tot 2017 in op een structurele afname van het aantal ongevallen van ten minste 10% per jaar. Forbo streeft naar een bedrijfsgemiddeld ziekteverzuimpercentage van max 4%. Die doelstelling is met 5% niet gehaald in 2014. Vooral het langdurig ziekteverzuim is gestegen. Een positieve ontwikkeling is dat medewerkers zich steeds minder vaak ziek melden.
(Vloerenplein, 03-07-2015)













James en Gebrs. Willard zijn een hernieuwde samenwerking aangegaan, zo laten zij in een persbericht weten. Naast James zal ook Willard de James producten gaat distribueren op de Nederlandse markt. Willard en James hebben samen nagedacht over flexibilisering van de bestelhoeveelheden. Het bestellen van gehele dozen voorraad is niet voor elke winkelier de ideale oplossing. De minimale bestelhoeveelheid van een doos per product is daarom vervangen door het Mix & Match principe. Dit betekent dat detaillisten zelf kunnen bepalen hoeveel en welke producten zij willen bestellen. Hierdoor wordt het mogelijk alle producten van James te combineren in één bestelling. Bestellen kan al vanaf 1 flacon. Deze nieuwe bestelwijze biedt de winkelier de mogelijkheid zijn voorraad James producten naar eigen inzicht aan te vullen. James en Willard willen zo een nog optimalere service aan hun klanten bieden. Onderdeel van de samenwerking is tevens dat twee tapijtcollecties van Willard volledig getest zullen worden door James en voorzien worden van het James Persoonlijk Onderhoudsadvies. Zowel de polyamide Sfeervol Wonen tapijtcollectie als de wollen Wool Classics tapijtcollectie zullen hiervan voorzien worden. Willard wil hiermee haar service naar detaillist en consument verder vergroten. Het James Persoonlijk Onderhoudsadvies kan gratis via de website van James worden aangevraagd. Het invullen van de vragenlijst kost u slechts 1 minuut met een gepersonaliseerd onderhouds- en reinigingsadvies voor de consument als resultaat. Na de zomer zullen alle resultaten van de testen via de James site op te vragen zijn.
In de Verenigde Staten is Quick-Step voor de vijfde achtereenvolgende keer bekroond als laminaatfabrikant van het jaar. Het bedrijf kreeg de prijs, de zogeheten ‘Award of Excellence’, toegekend vanwege bijzondere designs, innovaties, constante kwaliteit en service. De prijs is een initiatief van Floor Covering News, World Floor Covering Association (WFCA) en de vakbeurs surfaces. De winnaar wordt bepaald aan de hand van stemmen vanuit alle segmenten binnen de vloerenbranche.
Langzamerhand komen er wat meer details naar buiten met betrekking tot de verhoudingen binnen Mohawk na de overname van IVC. Nadat begin deze maand de overname officieel is afgerond en de Europese Commissie deze goedkeurde, sijpelen her en der wat berichten naar buiten in Vlaamse media. Jan Vergote Chief Executive Officer IVC zegt in een interne mededeling aan het personeel dat IVC van het nieuwe moederbedrijf Mohawk carte blanche heeft gekregen om de vinylbusiness aan te sturen. Het Vlaamse Knack weet verder te melden dat Unilin (in 2005 door Mohawk overgenomen) verantwoordelijk wordt voor Spanolux MDF-business (onder de divisie panels) en het laminaat van Balterio. IVC en Unilin gaan snel rond de tafel zitten om de nieuwe structuur binnen de organisatie op elkaar af te stemmen en te stroomlijnen. Als datum wordt eind juni genoemd. IVC-voorzitter Filip Balcaen blijkt het voltallige IVC-personeel een e-mail gestuurd te hebben, meldt Knack. Hij roemt daarin de medewerkers voor hun jarenlange inzet voor en trouw aan de onderneming. “Jullie, en niemand anders, zijn de échte helden achter het succes van het bedrijf,” aldus Balcaen.
Interfloor heeft vorig jaar een sterk omzetresultaat weten neer te zetten. De forse groei van de omzet is ondermeer het logisch gevolg van de positieve kentering in de markt, aldus het bedrijf uit Zwartsluis in een persbericht. “Sinds 2008 stond de markt voor woninginrichtingsprodukten sterk onder druk. Enerzijds door het sterk verminderde aantal nieuwbouwwoningen, daarnaast door de bankencrisis sterk gedaalde verkoop van bestaande woningen. En voeg daaraan toe een verminderd consumenten vertrouwen. Ook de projectmarkt had het zwaar, het bedrijfsleven investeerde in de magere jaren niet in huisvesting.” Na een zeer positief verlopen jaar 2014, een jaar waarin de omzet weer sterk steeg, is 2015 weer als vanouds met weekomzetten gelijkwaardig aan de jaren voor de crisis. Ook afgelopen maanden noteerde het bedrijf dubbele cijfers. De berichten van de klanten van Interfloor zijn eigenlijk unaniem, de agenda is goed gevuld met 2 tot 3 weken werk. Welliswaar valt het winkelbezoek tegen qua aantal, maar het is beter van kwaliteit. De consument oriënteert zich goed via internet en komt naar de winkel om te bestellen. “Dat kan een verklaring zijn voor het lage aantal bezoeken in de winkels en de goede omzetten.” Interfloor ziet ook een kentering in de moeilijke situatie van haar dealers. “De betalingstermijnen lopen niet verder op maar zelfs terug. Dit na een aantal jaren waarin het bedrijf de kredietverlening als belangrijk speerpunt moest gebruiken.” De relatie met haar dealers is volgens Interfloor mede door dit optreden versterkt, immers ‘in moeilijke tijden leert men zijn vrienden kennen’. Ook het 100% op voorraad blijven houden van alle posities en het blijvend actualiseren en moderniseren van de collectie werd hoog gewaardeerd. Ook het gratis dealerschap en de belofte om qua distributie de woninginrichting te blijven steunen en niet aan bouwmarkten aan ZZP 'ers te leveren was een sterke troef om de goodwill van de klanten te behouden. Interfloor: “Gezamenlijk zal nu de gemiddelde prijs weer naar een aanvaardbaar niveau moeten worden getild. De prijsklasse van tapijt onder de 100 Euro was essentieel in de crisisjaren, maar zal nu langzamerhand verlaten moeten worden om een reëel rendement te behalen voor de woninginrichters en voor hun leveranciers.” Al met al is Interfloor zeer positief en tevreden met de behaalde omzetgroei op dit moment. Er valt nog steeds een inhaalslag te maken, maar in het volste vertrouwen ziet de directie dit jaar en de komende jaren tegemoet.


De Fields Group uit Amsterdam neemt per vandaag de bedrijfsvoering van Armstrong DLW in Bietigheim-Bissingen onder zijn hoede. De Nederlandse investeerder handhaaft de twee productievestigingen in Delmenhorst en Bietigheim-Bissingen. Het ‘sterke’ merk DLW blijft bestaan, getuige ook de toekomstige firmanaam DLW Flooring GmbH. Het productassortiment blijft bestaan uit linoleum, vinyl, LVT en naaldvilt, aangevuld met innovaties als Naturecore. Bewindvoerder Mucha betitelt de overname in een persbericht als een “zeer goede en toekomstgerichte oplossing”, voor zowel schuldeisers, werknemers als de andere partijen die betrokken zijn bij de insolventieprocedure. De voortzetting van de vloerenfabrikant is in de ogen van Mucha nu verzekerd. Charles Irving-Swift blijft aan als CEO in het kader van de door de nieuwe eigenaar nagestreefde continuïteit in de bedrijfsleiding. Fields was vorige maand overigens ook al nauw betrokken bij een eerste ‘stroomlijning’ van diverse activiteiten bij Armstrong DLW.
Vorig jaar kochten 7.040.000 Belgen (64 procent van de bevolking) online, te weten minstens één keer om de twee maanden een aankoop via internet. Daaronder 440.000 nieuwe klanten. Eén op de vijf kocht minstens één keer via smartphone of tablet. Zuiderburen met een hoog loon (75 procent) zijn vaker online klanten dan mensen met een lager loon (60 procent). Dit en meer blijkt uit de vijfde e-commerce studie van Comeos, de Belgische federatie voor handel en diensten. Een jaar eerder werden nog 6.600.000 (60 procent) Belgen geturfd en 330.000 nieuwe klanten.



Het private equity-fonds Lone Star Funds uit Dallas (Texas, VS) heeft gisteren zijn handtekening gezet onder de aankoop van de tapijtgroep Balta. Vrijdag had Lone Star al de voorkeur gekregen boven de Amerikaanse vloerbedekkingsreus Mohawk, zo wist dagblad De Standaard zondagmiddag te melden. Balta is ruim tien jaar in handen geweest van Doughty Hanson. Dit Britse fonds heeft met de keuze voor Lone Star uiteindelijk eieren voor zijn geld gekozen, zo omschrijft de krant het plastisch. Doughty Hanson had al een lang traject met Lone Star afgelegd en zou Mohawk, dat nog druk bezig was om het eerder dit jaar overgenomen IVC te integreren en pas later in beeld kwam, nooit de kans hebben gegeven om echt te onderhandelen en een bindend bod te doen.
Verder schrijft ERFMI dat haar leden in de tussentijd met twee initiatieven zijn gestart om de twee van toepassing zijnde, oudere normen aan te passen zodat ze voldoen aan de laatste ontwikkelingen in de markt. Ten eerste zal de EN ISO 10582 worden uitgebreid met specifieke vereisten voor LVT. Deze procedure is aan de gang en binnenkort volgt publicatie van een concept. Ten tweede zal de bestaande EN 14085, de standaard voor elastische vloerbedekkingen op panelen, eveneens worden aangepast, bijvoorbeeld door het opnemen van de sterkte van de vergrendeling. Deze wordt overgebracht naar een nieuwe ISO-norm: ISO 20236 (veerkrachtige vloerbedekking specificatie voor vloerpanelen voor lijmvrije plaatsing). In werkgroep 10 van CEN TC 134 werken vloerbedekkingsspecialisten uit de elastische-, tapijt- en laminaatindustrie nauw samen, aldus nog steeds ERFMI, om ervoor te zorgen dat eisen over de verschillende productcategorieën heen consistent zijn, zo besluit ERFMI.
Mohawk Industries heeft afgelopen vrijdag laten weten dat zijn aankoop van de Belgische vinyl-, laminaat- en LVT-maker IVC Group, met inbegrip van een gloednieuwe LVT-fabriek in Dalton (Georgia, VS), geheel is voltooid. Mohawk merkt in dit verband gretig op dat LVT momenteel goed is voor 5 procent van de Amerikaanse vloerenmarkt, met naar verwachting een jaarlijkse groei van de verkopen van ruim 15 procent tot aan 2020. Het aankoopbedrag voor IVC is 1,2 miljard dollar, grotendeels in cash en een kleiner deel in aandelen Mohawk. De transactie werd afgelopen januari al aangekondigd.
De al een jaar of tien aanhoudende groei van elastische vloeren in de Verenigde Staten heeft ook vorig jaar een vervolg gekregen. Volgens eerste schattingen van kenners van de markt, op een rijtje gezet door vakblad Floor Covering News, dikte de productgroep in 2014 aan met tussen de 5 en 8 procent in dollars gemeten. In 2013 was er al 8,5 procent vooruitgang en een jaar daarvoor op een haar na 5,5 procent. Veel van de groei van elastische vloeren kan worden toegeschreven aan het LVT, dat twee jaar geleden een aandeel van 43 procent in het totale volume innam, met een geschatte omzet van circa 950 miljoen dollar. Dat betekende een ongekende groei van 29,4 procent ten opzichte van de ruim 730 miljoen dollar LVT-omzet uit 2012. De groei zette ook in 2014 door, getuige ramingen van insiders van tussen de 12 en 15 procent. Naar verwachting van de marktvolgers zal LVT marktaandeel blijven winnen ten koste van de andere vloerencategorieën.












