In het voorbije tweede kwartaal heeft de woonbranche 5,5 procent meer omgezet dan in dezelfde periode vorig jaar, zo blijkt uit de Woonwinkelmonitor van INretail. Juni was veruit de beste maand voor ieder segment, terwijl de resultaten over april en mei wisselend waren. Cumulatief staat de branche na zes maanden op een voorsprong van 6,8 procent. Halverwege vorig jaar stonden de deelnemers aan de monitor er ook al goed voor, met toen een plus van 11,7 procent.
Omzetontwikkeling woonbranche t.o.v. dezelfde periode vorig jaar (Bron: INretail Woonwinkelmonitor)
Gemengde zaken (19,5 procent) hebben het tweede kwartaal uitstekend gepresteerd. In dit spoor volgden de slaapspeciaalzaken (15,2 procent). Ook bij woningtextielzaken (4,1 procent) groeide de omzet met een mooi percentage, hoewel een kwartaal eerder de stijging groter was (15,0 procent). Het segment keukenzaken bleef min of meer stabiel ten opzichte van een jaar eerder (0,2 procent), net als de meubelzaken (0,9 procent).
Terwijl in het eerste kwartaal de drie grote steden de hoogste relatieve omzetstijging lieten zien, stak in het tweede kwartaal de regio oost boven de andere regio’s uit. De winkels in deze regio behaalden een omzetstijging van 9,1 procent. Die is evenwel niet voldoende om cumulatief na zes maanden boven de resultaten van de drie grote steden uit te komen (9,5 procent om 12,5 procent). Regio zuid presteert dit jaar tot op heden het minst. Het GWB deed het in het tweede kwartaal net wat beter dan het MKB. Cumulatief komt het verschil na zes maanden uit op 7,8 procent omzetstijging voor het GWB en 5,6 procent voor het MKB. Dit verschil komt volgens INretail voort uit de relatief betere prestaties van het GWB in gemengde- en slaapspeciaalzaken. In de andere segmenten doet het MKB het juist beter.
Branchevereniging INretail geeft verder gegevens vrij waaruit blijkt dat de bestedingscijfers naar reden van aanschaf een verandering laten zien, nu het aantal woningverkopen weer in de lift zit. Waar in 2013 nog 62 procent van de nieuwe gekochte keukens als vervangingsmarkt kon worden betiteld, is dit aandeel twee jaar later teruggelopen naar 54 procent. Het aandeel nieuwe keukens dat verband houdt met een verhuizing steeg in 2015 tot 46 procent, onderverdeeld in 24 procent (2013: 16 procent) geplaatst in een nieuwbouwwoning en 22 procent in een bestaande woning. Niet alleen de keukenmarkt is sterk afhankelijk van de woningmarkt, zo merkt INretail op, ook de verkoop in vloeren is in 2015 voor bijna de helft (in m2 uitgedrukt) direct gerelateerd aan verhuizingen. Bij raambekleding (in m2) en meubelen (in stuks) ligt dit aandeel rond een derde. INretail veronderstelt overigens dat de te verwachten krapte op de nieuwbouwmarkt betekent dat de woonretail sterk afhankelijk blijft van vervangingen van woon- en keukenproducten in huidige woningen.
Ten aanzien van het derde kwartaal van 2016 tenslotte, blijken de woonondernemers positief te zijn gestemd. Bijna tweederde verwacht minimaal dezelfde omzet te realiseren als vorig jaar en ruim een kwart verwacht dat de omzet deze zal overtreffen.
(Vloerenplein, 05-08-2016)