Branchevereniging INretail rapporteert voor de woonbranche een goede start van 2016, met de drie grote steden en de kleinere woningtextielwinkels als koplopers. Een gemiddelde omzetgroei van 8,6 procent in het eerste kwartaal, zo laat de Woonwinkelmonitor zien, geeft een vervolg aan een positieve trend die halverwege 2014 werd ingezet, in het kielzog van een oplopend consumentenvertrouwen. Januari wist evenwel maar nauwelijks boven de nul uit te komen, februari en maart maakten het fragiele begin ruimschoots goed.
Met name de woningtextielzaken hebben in het eerste kwartaal een riante omzetplus genoteerd (15 procent). In het eerste kwartaal van 2015 was hun groei, in vergelijking met de andere segmenten, nog vrij beperkt. Bij gemengde zaken en slaapspeciaalzaken groeide de omzet met eveneens fraaie percentages (respectievelijk 12,3 procent en 14,2 procent). De omzetontwikkeling bij keukenspeciaalzaken loopt dit kwartaal in verhouding iets achter (4,9 procent). Aangetekend moet worden dat dit segment vorig jaar in deze periode een plus van 17 procent noteerde.
Omzetontwikkeling woonbranche t.o.v. dezelfde periode vorig jaar (Bron: INretail Woonwinkelmonitor)
Bijna twee derde (64 procent) van de ondernemers boekte een positieve (gelijke of stijgende) omzetontwikkeling in het eerste kwartaal. Uitgesplitst naar regio, is een aantal opvallende verschillen te zien, aldus INretail. De winkels in de drie grote steden steken met 18,9 procent omzetgroei boven de andere regio’s uit. Het oosten van het land noteert een omzetgroei van 9,6 procent. Het zuiden presteert het minst met een relatief kleine groei van 2,6 procent. Het westen (7,2 procent) en het noorden (5,4 procent) scoren ook lager dan gemiddeld. Tenslotte blijkt uit de cijfers dat het GWB het eerste kwartaal afsluit met een omzetplus van 10,2 procent en het MKB met 7,4 procent.
In een commentaar op de website van INretail noemt branchespecialist wonen Bert-Jan van der Stelt de aantrekkende huizenmarkt, mede door de lage rentestand, een van de belangrijkste redenen voor het herstel in de branche. De goede prestaties van de winkels in de grote steden Amsterdam, Rotterdam en Den Haag zijn volgens Van der Stelt te verklaren doordat de huizenmarkt daar al oververhit raakt gezien de vele transacties en sterk gestegen prijzen, zorgend voor extra vraag naar woninginrichtingsproducten.
Ook opvallend is volgens de branchespecialist de goede score van de relatief kleine woningtextielwinkels (op minder dan 500 vierkante meter). Zij realiseerden (met hun relatief vaak in de centra gevestigde zaken) in het eerste kwartaal een plus van maar liefst 32 procent. Overall presteren de winkels in het midden/laag segment beter (12 procent) dan de winkels in het hoog/midden segment (8,9 procent). “Dit is een trend die we al langer zien. Winkels in het midden/laag segment zijn steeds beter in staat om een uitgebalanceerde wooncollectie neer te zetten, al dan niet met behulp van een formule/concept. Ze gaan hiermee ook de concurrentie aan met het midden en hoge segment,” aldus Van der Stelt. Overigens viel het paasweekend dit jaar in het eerste kwartaal en vorig jaar in het tweede. Voor een goede vergelijking met een jaar eerder is het dus wachten op de cijfers van april. (De scores van de parketspeciaalzaken in de monitor berusten op een te smalle basis om mee naar buiten te treden).
(Vloerenplein, 11-05-2016)