Reacties EU-rechtszaak Duitse regering
De Duitse federale regering heeft onlangs een rechtszaak aangespannen tegen de Europese Commissie voor het Gerecht van de Europese Unie. Op 21 april jl. hebben we er aandacht aan besteed op deze site. De regering van onze oosterburen vindt diverse EU-normen voor bouwproducten tekortschieten als het gaat om veiligheid, milieu en gezondheid. De EU-lidstaten zijn evenwel verplicht om de Europese geharmoniseerde normen voor bouwproducten toe te passen, zonder aanvullende eisen op nationaal niveau te mogen stellen, zoals Duitsland die kende met het Ü-teken. Duitsland heeft twee jaar terug tegen zes van de in haar ogen onvolledige geharmoniseerde bouwproductnormen bezwaren ingebracht, om de door haar waargenomen lacunes in de normen te dichten. Twee van de bezwaren zijn daarna door de Europese Commissie afgewezen. Deze hebben betrekking op houten vloeren en op sportvloeren. Tegen die afwijzing heeft Duitsland nu beroep aangetekend bij het Gerecht.
Het Zentralverband des Deutschen Handwerks (belangenbehartiger van meer dan een miljoen ambachtelijke bedrijven) kan zich vinden in de nieuwe stap. De organisatie deed vorig jaar al een oproep aan de regering om haar ‘zorgplicht' te vervullen en om juridische stappen te ondernemen tegen ‘slechte’ Europese normen. Een andere grote vakorganisatie, het Zentralverband Deutsches Baugewerbe (belangenbehartiger van ruim 35.000 middelgrote bouwbedrijven) laat weten verheugd te zijn dat de federale regering eindelijk druk zet op de EU-Commissie. “Zolang de Europese normen ernstige, veiligheidstechnische tekortkomingen vertonen, heeft de staat in het algemeen belang de plicht om de veiligheid in de bouw door nationale voorschriften te handhaven. Om de Europese interne markt te verwezenlijken, zonder in te boeten op de veiligheid op de bouw, zouden echter alle van de meer dan tachtig tekortschietende Europese bouwproductnormen moeten worden verbeterd.”
Deutsches Institut für Bautechnik. |
Koen Smit: ‘Bijzonder arrogant en ergerlijk.’ |
Smit vervolgt: “In mijn belevenis was en is het opleggen van additionele eisen zoals Duitsland heeft getracht te doen door een ‘volksgezondheid’-argument, in feite de invoering van een ‘protectionistische’ maatregel. Het is een feit dat Duitse fabrikanten ten tijde van de invoering van deze Ü-Mark binnen een oogwenk waren gecertificeerd en de niet-Duitsers niet, evenals de Duitse importeurs… Er was één dame van het DIBt (Deutsches Institut für Bautechnik, red.) aan het werk met driehonderd dossiers, hetgeen totaal niet functioneerde en dat was kennelijk de bedoeling van het DIBt. Deze kleine ‘Dexit’ op het gebied van Bouwregelgeving is als bijzonder arrogant en ergerlijk ervaren in de branche, die veel EU-regelgeving toch al buitengewoon onwerkbaar vindt.”
(Vloerenplein, 05-05-2017)















Bij de Geschillencommissie Wonen, die geschillen behandelt met ondernemers die deelnemen aan de Stichting Garantieregelingen CBW, waren vorig jaar 1124 (2015: 987; 2014: 973) klachten in behandeling, waarvan 912 (2015: 792) ingediend in het verslagjaar. De commissie verzond in het verslagjaar 375 uitspraken. Ook werden 178 zaken onder leiding van een bemiddelingsdeskundige geschikt. In een groot deel van de klachten (212 in totaal) hebben partijen alsnog onderling geschikt. Daarnaast kon de commissie een aantal zaken niet verder behandelen omdat de consument niet voldeed aan de formele innamevoorwaarden of omdat de ondernemer niet was aangesloten. Het merendeel van de klachten waarin uitspraak werd gedaan in het verslagjaar, had betrekking op zitmeubelen en keukens. Daarnaast ging een behoorlijk aantal klachten over parket. De overige klachten hadden onder meer betrekking op badkamers, vloerbedekking en slaapkamers. Het financieel belang dat bij de klachten in het geding was, bedroeg gemiddeld 3841 euro. De commissie heeft in het verslagjaar 375 uitspraken gedaan. In 192 geschillen werd de klacht ongegrond bevonden, in 141 gegrond en in 33 ten dele gegrond. Daarnaast heeft de commissie de consument in twee geschillen niet-ontvankelijk verklaard in zijn klacht en heeft de commissie zich in één geschil niet bevoegd verklaard. In zes geschillen werd ter zitting een schikking bereikt. De commissie kende in 47 van de (ten dele) gegronde klachten een schadevergoeding toe. Gemiddeld bedroeg deze vergoeding 1184 euro.
F. Ball, de Britse fabrikant van hoogwaardige vloerproducten, heeft afgelopen vrijdag zijn eerste vloertraining gehouden in het Service Center van distributeur Headlam in Rotterdam. Technische adviseurs Bob van Wort en Marc Kemperman brachten stoffeerders uit de regio op de hoogte van de laatste ontwikkelingen op het gebied van vloerproducten en vloersystemen, van het voorbereiden en egaliseren van ondervloeren tot het gebruik van vloerlijmen. Ook aan bod kwamen een aantal veel voorkomende problemen die vloerenleggers kunnen ondervinden. Zoals: wat is de juiste oplossing bij vocht in de vloer, welke vloerlijm gebruik je in ruimtes met temperatuurschommelingen door bijvoorbeeld hoge raampartijen, is het noodzakelijk egalisaties machinaal te schuren, enzovoorts. Naast een stuk theorie gingen de deelnemers ook zelf aan de slag met de producten en nieuwste innovaties van F. Ball en was er nog tijd over voor een hapje en een drankje. Iedereen was zodoende in één dag volledig op de hoogte. Dit tot grote tevredenheid van de aanwezigen. De reacties waren dan ook uiterst positief.
“Een industrieel interieur is niet in een hokje te plaatsen. Sterker nog, het is juist de bedoeling om ‘out of the box’ te denken,” aldus mFLOR in een presentatie van ‘de industriële Lifestyle’. Kenmerkend voor deze woonstijl zijn volgens mFLOR de karakteristieke, grote, open ruimtes in combinatie met het gebruik van ruwe, stoere materialen en zichtbare ‘oneffenheden’ als leidingen en metselwerk. Er wordt gebruik gemaakt van natuurlijke kleuren maar dan nét even anders. Denk hierbij aan antraciet met een gemarmerd effect, flesgroen, petrolblauw en cognac. In een industrieel interieur zie je veel gebruik van grove materialen als staal, beton, leer, steen, ijzer en hout op wanden en vloeren. Een industrieel interieur kan hierdoor wat kil overkomen. Dat is volgens mFLOR eenvoudig te verhelpen door alternatieve materialen te gebruiken die wel de looks, maar niet de nadelen hebben van het origineel. Denk hierbij aan PVC vloeren met een betonlook; zacht en warm, maar op het oog niet van echt beton te onderscheiden. Een woontip die detaillisten volgens mFLOR aan de consument zouden kunnen geven is om het bij de keuze voor een dergelijk interieur ruimtelijk te houden. “Een industrieel interieur is afkomstig van de fabrieksarchitectuur. Hierbij ging men vooral voor praktisch nut. Indien je deze woonstijl perfect toe wilt passen kies je daarom voor rustige kleuren en grote, robuuste en stoere objecten zonder poespas.”


Bijna iedereen heeft tegenwoordig een smartphone en deze wordt steeds vaker gebruikt om via apps en websites producten te zoeken en te bestellen. Om het bestellen bij Forinn nog gemakkelijker te maken introduceert het bedrijf de Forinn App. Met deze app beoogt het de klanten nog sneller en gemakkelijker te voorzien in hun informatie behoeften. Via de app kunnen klanten ook 24/7 bestellingen doorgeven en kan men de dichtstbijzijnde ForinnStore vinden. De app is vanaf nu te downloaden voor op de smartphone. “Een online bestelling doorgeven kan snel en simpel via de Forinn App. Als men bijvoorbeeld onderweg is of er tijdens werkzaamheden achter komt dat men nog spullen nodig heeft, dan volstaat het lanceren van de app op de smartphone. Hiervoor hoeft dus niet speciaal meer de computer opgestart te worden en kan men blijven op de plaats waar men bezig is,” aldus Forinn in het persbericht. Forinn noemt als belangrijkste voordelen: de gebruiksvriendelijke navigatie, het snel zoeken en bladeren door de producten, de overzichtelijke weergave van verschillende productsoorten, de presentatie van het assortiment, het vinden van de dichtstbijzijnde ForinnStore en tot slot de contactgegevens van de vestigingen en vertegenwoordigers.










De expansieve Britse vloerengroep Victoria PLC schat in dat de onderliggende winst vóór belastingen in het tot 1 april lopende boekjaar ruim hoger zal liggen dan wat de markt per saldo voorziet. De groep zegt baat te hebben gehad bij ‘operationele synergieën’ volgend op de integratie van recentelijk overgenomen bedrijven in het Verenigd Koninkrijk en Australië. Ook voor de komende twaalf maanden wordt een ‘zeer goede’ autonome winstgroei in het vooruitzicht gesteld.






