
Na een tweetal 'zware' jaren, bracht 2010 een 'voorzichtige kentering' voor de Belgische textiel-, hout- en meubelindustrie. De omzet van alle sectoren bij elkaar dikte vorig jaar 5 procent aan tot een totaal van 11,2 miljard euro. "Dit is echter eerder het gevolg van de scherpe stijging van de grondstoffenprijzen die gedeeltelijk werden doorgerekend. In volume bleef de productie quasi ongewijzigd op het lage niveau van 2009. De economische crisis is in onze sectoren dan ook nog niet voorbij," aldus Fa Quix, directeur-generaal van Fedustria, ter gelegenheid van de Algemene Vergadering van de beroepsorganisatie van vandaag.
Door de crisis heeft de Belgische textielindustrie in twee jaar tijd (2008 en2009) meer dan een kwart van zijn productievolume verloren, zo blijkt uit het Jaarverslag 2010. In 2010 kon zo'n 5 procent van het productievolume teruggewonnen worden. Het volume lag vorig jaar gemiddeld evenwel nog 21 procent onder het niveau van 2007. Qua omzet heeft de sector in 2008 en 2009 zowat 27 procent moeten prijsgeven, ofwel bij benadering 2,1 miljard euro. In 2010 steeg de textielomzet met 6,9 procent tot totaal 6 miljard euro. Hierdoor ligt de omzet evenwel nog steeds zo'n 22 procent lager dan vóór de crisis. Bovendien zijn vanaf 2010 de kosten en prijzen beginnen te stijgen, zodat in deze omzetstijging deels ook een prijseffect zit. Het zwakst was de activiteit in het belangrijkste productsegment, met name het interieurtextiel waar de tapijtsector dominant is. Na de forse daling van de voorbije twee jaar volgde in 2010 opnieuw een lichte daling van de omzet. Tapijt (vooral tuft) leverde afgelopen jaar 1,3 procent in tot een totaal van 1637 miljoen euro.
Na een daling van de textielinvesteringen in 2009 met ruim 40 procent, kenden deze in 2010 een stijging met bijna 25 procent. Hiermee blijven de investeringen evenwel nog bijna een derde onder het niveau van vóór de crisis. De bezettingsgraad van het productievermogen in de textielindustrie van onze zuiderburen lag op slechts 67,5 procent vorig jaar. De werkgelegenheid in de textielsector daalde in twee jaar tijd met 5800 tot ruim 24000 mensen medio het verslagjaar, ofwel een afname van 19 procent. De textieluitvoer naar Nederland steeg met 4,4 procent in de eerste negen maanden van het afgelopen jaar.
De federatie wijst er verder (nogmaals) op dat de beschikbaarheid en de prijs van grondstoffen problematisch is. In de textielsector zijn in 2010 de grondstoffenprijzen (textielvezels) gestegen tussen 30 en 140 procent. Jean-François Gribomont, vicevoorzitter van Fedustria: "Synthetische vezels zoals polyester en nylon zaten eerder in de buurt van plus 30 à 35 procent, maar katoen scheerde de hoogste toppen met plus 140 procent in 2010. Begin 2011 bleef deze haussetrend aanhouden. Dit is voor vele bedrijven een onhoudbare toestand. Daar voegt zich nu een grote volatiliteit aan toe." Het voorbije jaar steeg de prijs van Nieuw-Zeelandse en Britse wol met zo'n 70 procent, nylon BCF eveneens met 70 procent en vlas met 50 procent.
Wat de Belgische textiel-, hout- en meubelindustrie betreft is het in ieder geval hoog tijd dat er een nieuw industrieel beleid in hun land komt. Philippe Corthouts, voorzitter van Fedustria, pleit voor een 'fundamenteel gesprek' om de loonkosten te beheersen. Verder zouden de Belgische en Europese overheden alles in het werk moeten stellen om de toegang tot de grondstoffenmarkten te verzekeren en actie te ondernemen tegen die landen die de export van hun grondstoffen (katoen, hout, etc.) beperken. De toenemende grondstoffenkosten moeten wat de voorzitter betreft hoe dan ook worden doorgerekend aan de klanten. Fa Quix wijst er namens de federatie nog op dat er van overheidswege 'concrete maatregelen' dienen te komen ter ondersteuning van technologische en creatieve innovatie in de sectoren.
(Vloerenplein/Fedustria, 11-05-2011)