De markt voor vloerbekledingen en parket kromp in Oostenrijk vorig jaar met zowat een procent vergeleken met een jaar terug. De substitutiedruk van LVT bleef echter onverminderd hoog. Voor de eerste maal, zo constateert onderzoekbureau Kreutzer Fischer & Partner Consulting in zijn jongste Branchenradar-onderzoeken voor het land, werd nu ook de parketmarkt aanzienlijk gekannibaliseerd.
De vraag van de Oostenrijkse consument naar laminaat, elastische vloeren, parket en tapijt was een tegenvaller gezien de afname met 2,2 procent in 2016, een score die nog slechter uitviel dan een jaar eerder. Voor het eerst sinds jaren daalden ook de fabrikantenomzetten, met bijna een procent. In totaal werden bijna 19 miljoen vierkante meters ter waarde van 290 miljoen euro afgezet. De niet-residentiële bouw was verantwoordelijk voor de versnelde krimp.
De door LVT uitgeoefende substitutiedruk op de Oostenrijkse vloerenmarkt is aanhoudend hoog, zo stellen de onderzoekers. Aanvankelijk verdrongen LVT-vloeren in beperkte mate de klassieke elastische vloeren, daarna in aanzienlijke mate laminaat. Afgelopen jaar kon voor het eerst vastgesteld worden dat ook parket in belangrijke mate gekannibaliseerd wordt door de nieuwe productgroep. Met name drielaags parket is het slachtoffer, gezien de krimp van de fabrikantenomzetten met nagenoeg 12 procent vorig jaar. De productgroep LVT was dan ook de enige die een robuuste groei optekende, met een stijging van de fabrikantenomzet van 8 procent tot 42 miljoen euro.

Tegelijkertijd kromp de fabrikantenomzet in laminaat met 7,2 procent tot 33,4 miljoen euro en die in parket met 2,2 procent tot 134,2 miljoen euro. In het parketsegment ontwikkelden alleen de landhuisdelen zich in positieve zin, met een plus van 6,1 procent. De onderzoekers suggereren dat dat te maken heeft met de overeenkomst in de optiek van beide soorten vloeren, in ieder geval op het eerste gezicht. De omzet in klassieke elastische vloeren bleef steken op 36,4 miljoen euro, die in textiele vloerbedekking lag 2,4 procent lager op 44,0 miljoen euro.
De onderzoekers noemen de prijs van LVT zijn doorslaggevende verkoopargument. Met een prijs af-fabriek van momenteel gemiddeld 13,40 euro per vierkante meter kost deze ongeveer de helft van een houten landhuisdeel. Voorts zou LVT vaak duidelijk beter presteren op het vlak van optiek en belastbaarheid dan laminaat. Om die reden moest laminaat in de schappen van vooral het DHZ-kanaal de afgelopen twee jaar steeds verder plaats maken voor LVT. “Voor de parketfabrikanten is echter een heel andere trend alarmerend,” zo waarschuwen de onderzoekers. “In 2016 geeft verrassenderwijs de huidige ruggengraat van de parketdistributie, te weten de vakhandel, duidelijk volume prijs.” Na een grondige analyse kunnen de onderzoekers ook zeggen waarom. “Zelfs de winkeliers vertrouwen steeds meer op ‘vinylparket’. Afgelopen jaar klom het substitutievolume met precies 93.000 vierkante meter. Dit komt overeen met 1,8 procent van de parketmarkt.”
Onderzoekbureau Kreutzer Fischer & Partner Consulting heeft ook de Zwitserse vloerenmarkt in kaart gebracht. De fabrikantenomzetten krompen daar vorig jaar met 1,9 procent tot 265,7 miljoen euro. Alleen de landhuisdelen (+1,9 procent) en het LVT (+8,0 procent, tot 17,9 miljoen euro) boekten goede vooruitgang. Textiele vloerbedekking gaf 2,9 procent prijs en parket verloor 2,3 procent, tweelaagse varianten zelfs 5,8 procent. Laminaat verloor 4,1 procent, aan met name LVT. Elastische vloeren inclusief LVT wonnen 2,3 procent aan omzet voor de producenten op de markt. (Zie ook het nieuwsitem Duitsland: ‘LVT kannibaliseert laminaat’ van 14-06-2017).
(Vloerenplein, 21-06-2017)